Een boek over de oude krantenstraat Nieuwezijds Voorburgwal was voor mij één groot feest der herkenning. Een deel van mijn journalistieke loopbaan heeft zich namelijk daar afgespeeld.
Van 1964 tot en met 1966 heb ik als financieel redacteur gewerkt op de Amsterdamse redactie van het ANP. Het nationale persbureau met hoofdzetel in Den Haag had zijn Amsterdamse filiaal aan de Wijdesteeg, vlak om de hoek van de Nieuwezijds, bij het pleintje van de postzegelmarkt, tegenover de Telegraaf, schuin tegenover De Volkskrant en geflankeerd door de burelen van Trouw en Algemeen Handelsblad.
ANP
Ons kantoor huisvestte de Amsterdamse stadsredactie onder leiding van de heer Klawer, die zijn verslaggevers het liefst om zich heen hield, bang als hij was dat hij in zijn eentje door groot nieuws zou worden overvallen. Onder die verslaggevers waren er die het later ver hebben geschopt in de journalistiek. Zo ben ik ingewerkt door Ed van Westerloo, de latere hoofdredacteur van KRO Brandpunt en het NOS Journaal.
De financiële redactie stond onder leiding van de heer (Hein) Oostenbrink, die ook maar hoogst zelden van zijn plaats kwam. Als het sneeuwde trok hij over zijn nette schoenen van die rubberen overschoenen aan, die toen al een curiositeit waren.
Schnabbelen
Ons gebouw grensde aan de achterkant aan het Keizerrijk en aan de overkant van die smalle steeg bevond zich het pand van het Algemeen Handelsblad. Wij financiële redacteuren schnabbelden er stiekem wat bij voor elkaars media. De illegale bijdragen gaven we aan elkaar door via de WC-raampjes, over de steeg heen, met behulp van een bezemsteel, aan het uiteinde waarvan we de kopij met een wasknijper hadden bevestigd.
Aan de achterzijde van het pand van het ANP bevond zich de telexkamer, van waaruit we alle Nederlandse media bedienden met ons nieuws. Het ANP was een van de eerste gebruikers van dit wonderbare nieuwe communicatiemiddel. De telex was ook onze navelstreng met de rest van het land en de gehele wereld. Er was zelfs een vaste verbinding met onze koloniën in de West met een telex die elke seconde één letter produceerde.
Liefdesnest
Onze telexist heette Perez. Hij bezat een sleutel van het pand omdat hij ook weleens bij nacht en ontij met breaking news aan de slag moest. Als hij ’s nachts in de stad een vrouw ontmoette met wie het klikte, gebruikte hij de sleutel ook om in zijn domein zijn ding met haar te doen.
Ik heb een waanzinnige tijd gehad bij het persbureau, waar ik als leerling-journalist ben begonnen voor een salaris van 250 gulden in de maand. Ik kreeg alle kansen om eropuit te trekken, want zowel mijn chef als mijn collega bleven het liefst achter hun bureau zitten.
De Tijd
In 1966 stapte ik over naar de financiële redactie van het toenmalige dagblad De Tijd. Onze redactie was weggestopt op de zolder van het gebouw dat de apocriefe naam Kasteel van Aemstel droeg. We zaten onder de hanenbalken waar we geregeld onze hoofden aan stootten. Dit redactielokaal was uitsluitend bereikbaar via een smal en uiterst steil trapje. Er werd dan ook zwaar neergekeken op ons, koelies van het kapitaal als we waren.
Onze chef was de zeer zwaarlijvige en zeer goedlachse Harry Schouten. Het verhaal ging dat hij ooit bij zijn aantreden het trapje op was gestuurd met de mededeling: “Dáár moet je zijn en laten we het verder niet merken”. Wij ondergeschikten hebben ons nog lang vermaakt met de ontdekking bij een verbouwing dat onze zolder op zijn werkplek flink was verzakt. Ik herinner me ook dat ik hem op een avond belde en zijn dochter Anneke aan de lijn kreeg. Haar vader was niet thuis, vertelde ze me, en toen ik vroeg wanneer hij thuis zou komen, was haar antwoord: “Dat is altijd weer een verrassing”. Een van mijn collega’s was Harry Bouts, wiens vrouw zó leed onder verlatingsangst, dat ze hem alle avond- en nachtdiensten vergezelde met haar breiwerkje.
Eigen kroeg
Eigenlijk waren wij van de financiële redactie ook niet echt welkom in Oud Holland, het café naast het Kasteel waar de meeste Tijdredacteuren veel van hun tijd doorbrachten. Met andere paria’s sloegen wij meestal onze tenten op in de tegenoverliggende kroeg De Spaanse Ruiter.
In mijn tijd waren er twee hoofdredacteuren: Ton Cuppen en Joop Lücker. Ze zaten met hun bureaus tegenover elkaar in twee ruimten die waren gescheiden door openslaande deuren. Als de heren het weer eens met elkaar aan de stok kregen, stond één van hen op om de tussendeuren dicht te smijten. Cuppen was een Tijd-man en Lücker (ex-Volkskrant) was door de concerndirectie naast hem geparachuteerd met de opdracht het zinkende schip weer vlot te trekken.
Het heeft niet mogen baten. Toen ik de krant in 1970 verruilde voor de toen net gevormde combinatie van NRC en Handelsblad, was de doodsstrijd al in volle gang. Sterker nog: voordat ik me voor mijn nieuwe baan bij de NRC in Rotterdam moest melden, werden de financiële redacties van Tijd en NRC samengevoegd met standplaats Amsterdam, zodat ik als NRC-redacteur gewoon op mijn oude plek onder de hanenbalken kon blijven zitten. De samenwerking was geen succes en werd al vrij snel weer ontbonden, waarna ik alsnog naar de redactieburelen van NRC Handelsblad aan de Rotterdamse Westblaak verhuisde.
Topjournalistiek
Ik kijk overigens met een heel goed gevoel terug op mijn periode bij De Tijd. Ik vind nog steeds dat we in die jaren voor die tijd topjournalistiek bedreven. De sfeer bij de redactie was open en vrijzinnig; Lücker mikte op kwaliteit en had de conservatief-katholieke veren radicaal afgeschud. Een nette krant, kortom, met nette en overwegend bekwame mensen. Ik was bij mijn aantreden allang niet meer het enige niet-katholieke redactielid. Ik kon er onbeperkt mijn gang gaan. Zelfs mijn reportage over de slachting die de opmars van het naakt slapen aanrichtte in de pyjamaindustrie riep intern geen enkel bezwaar op; extern werd er nog wel van opgekeken.
Oud-hoofdredacteur W.A.M. van der Kallen fungeerde in mijn tijd als directeur. Strak en rechtlijnig. Authentiek is het verhaal over de lezer die een hem onwelgevallige reactie had gestuurd en die hij in zijn antwoord het recht ontzegde “om nog langer abonnee te zijn van ons dagblad”.