{"id":525,"date":"2026-08-08T12:50:29","date_gmt":"2026-08-08T12:50:29","guid":{"rendered":"https:\/\/wimvancampen.nl\/?page_id=525"},"modified":"2026-08-17T15:36:02","modified_gmt":"2026-08-17T15:36:02","slug":"mijn-jaren-aan-de-rotterdamse-westblaak","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/wimvancampen.nl\/?page_id=525","title":{"rendered":"Mijn jaren aan de Rotterdamse Westblaak"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Mijn overkomst van het Amsterdamse dagblad De Tijd naar Rotterdam in 1970 als kersverse redacteur van NRC Handelsblad begon met een financi\u00eble meevaller. Hoewel mijn werkplek dus in de Maasstad was, bleef Amsterdam administratief nog een tijd mijn standplaats. Met het gevolg dat ik de kilometers van mijn woon-werkverkeer gewoon voor het reiskostentarief kon declareren. De reden was dat vlak voor mijn indiensttreding bij de NRC werd besloten de financi\u00eble redacties van NRC en De Tijd samen te voegen in Amsterdam. Ik hoefde mij dus voor mijn eerste werkdag niet meer in Rotterdam te melden, omdat mijn standplaats Amsterdam bleef. Nog geen jaar later ging De Tijd ter ziele en verhuisde ik alsnog naar de Maasstad.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In Rotterdam heb ik trouwens erg moeten wennen aan mijn werkplek. Alle bureauredacties waren daar namelijk opgehokt in \u00e9\u00e9n gigantische redactiezaal. Voordeel daarvan waren de korte communicatielijnen. Er werd onophoudelijk allerlei informatie rondgebruld, niet zelden in de vorm van scheldkanonnades. Er moest ook dagelijks onder hoogspanning veel werk worden verzet en het heeft me de nodige tijd en moeite gekost om er in het gekrakeel mijn hoofd bij te kunnen houden. Uiteindelijk heb ik daar geleerd mij al werkende volledig van de buitenwereld af te sluiten, waar ik nog steeds de vruchten van pluk, maar ook de verwijten voor moet incasseren omdat ik w\u00e9\u00e9r niet heb meegekregen wat mijn omgeving mij wil melden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Bloedgroepen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In de heksenketel van de grote redactiezaal in Rotterdam waren de bloedgroepen van de twee gefuseerde kranten nog duidelijk herkenbaar. Het losgeslagen zootje van het Handelsblad uit Amsterdam versus de Rotterdamse heren van de NRC. Die tweedeling zette zich tot in de hoofdredactie door. Hoofdredacteur Andr\u00e9 Spoor was ex-Handelsblad. Hij hield er een losse stijl op na en leiding geven deed hij met een zacht lijntje. Dat had hij zo geleerd in de omgang met de anti-autoritaire bende die hij geacht werd in het gareel te houden. Zelfs zijn hardste boodschappen werden in amicaliteit en beminnelijkheid verpakt. Het is zelfs eens voorgekomen dat een ondergeschikte huppelend zijn kamer uitkwam, niet beseffende dat hij zojuist was ontslagen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De hoofdredacteur van NRC-huize was J\u00e9r\u00f4me Heldring, een telg uit een oud bankiersgeslacht. Gevreesd om de harde noten die hij over het werk van zijn redacteuren kraakte tijdens de dagelijkse vergadering waarin we de laatste krant evalueerden. J\u00e9r\u00f4me viel letterlijk over elke verkeerd geplaatste komma. Hij resideerde in een soort regentenkamer, rijkelijk met eikenhout gelambriseerd en dat had een aangrenzend priv\u00e9toilet, geheel in Delfsblauw uitgevoerd. J\u00e9r\u00f4me was een uur per dag onbereikbaar, dan deed hij zijn middagdutje en wee degene die hem dan stoorde.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Redactiebode<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het dagelijkse productieproces begon met een bijeenkomst van de redactiechefs waarin de inhoud van de krant werd vastgesteld. Dan gingen wij redacteuren aan de slag en zodra er een schrijfsel uit onze tikmachine was gerold riepen wij op hoge toon: KOPIJ! Sommigen beschikten ook over een belletje op hun bureau om deze kreet kracht bij te zetten. Een redactiebode in grijze stofjas kwam dan aangesneld om de getikte velletjes naar de centrale (eind)redactie te sluizen en vandaar naar de typekamer. Daar verwerkten tientallen vrouwen de teksten tot ponsbanden, die een verdieping lager werden ingevoerd in de zetmachines, waar ze in loodregels werden omgezet.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De redactiebode had meer functies. Zo betrad hij elke maand de redactiezaal met een doos salariszakjes. Die waren doorschijnend zodat ze zicht gaven op de bankbiljetten en munten die ze bevatten. De bode reikte iedereen zijn of haar zakje uit. Dit ritueel werd verleden tijd toen de salarissen giraal werden overgemaakt. Dat veroorzaakte best nog wel wat oproer, want lang niet iedereen had het thuisfront precies verteld wat er maandelijks werd verdiend.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een van de kunstredacteuren was de toentertijd gevierde dichter Victor van Vriesland. Die had geen eigen dak boven het hoofd, dus bracht hij ook de nachten door in zijn kamer op de krant. Hij placht zijn schoenen buiten de deur op de gang neer te zetten en de redactiebode zorgde er dan voor dat die de volgende dag glimmend gepoetst weer voor hem klaarstonden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Mecenaat<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het was in die tijd blijkbaar gebruikelijk dat kranten het culturele leven subsidieerden door lieden op de loonlijst te zetten die voor de krant geen poot uitstaken. Dit tot ongenoegen van het zwoegende redactievolk. Zo was dat bij de NRC mr. K.L. Poll, die vooral elders in abscure blaadjes als het Hollands Maandblad onbegrijpelijke essays publiceerde. Die waren meestal somber van toon, wat een recensent ooit deed commentari\u00ebren: &#8220;Het leven is geen lolletje voor meester K. L. Polletje&#8221;. Een andere &#8220;parasiet&#8221; was Rudy Kousbroek die ook het culturele leven verrijkte op kosten van de krant. Dat alles deed me terugdenken aan De Tijd. Die had ook twee katholieke dichters in leven gehouden in de personen van Jan Engelman en Anton van Duinkerken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In het oude, eerbiedwaardige gedeelte van het NRC-pand, waar hoofdredacteur Heldring resideerde, bevond zich ook het werkvertrek van directeur Nijgh. Een telg van het gelijknamige drukkers- en uitgeversgeslacht. De heer Nijgh was al behoorlijk op leeftijd, maar dat belette hem niet begerige ogen (en als het even kon meer) te laten vallen op vrouwelijke medewerkers. Als die contacten naar zijn tevredenheid waren verlopen werden de dames beloond met een gloednieuwe fiets.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Bijzondere herinneringen heb ik aan mijn avonddiensten bij de NRC. In de loop van de avond werd de laatste kopij verwerkt en dan duurde het nog de nodige uren voordat de persen gingen draaien. De avondploeg was belast met de opmaak van de krant en hield de wacht om het laatste grote nieuws nog te kunnen meenemen als zich dat voordeed. In de tussentijd was er ruim de tijd voor kroegbezoek. Onze stamkroeg was De Schouw aan de Witte de Withstraat, waaraan zich de achteringang van ons pand bevond.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De Schouw had een interieur waarin een blind paard nog geen schade kon aanrichten. Dat was functioneel, want het ging er vaak rauw toe &#8217;s nachts in de Witte de With. Ik heb weleens meegemaakt dat de kogels ons om de oren vlogen. Bijzonder aan De Schouw was dat tussen de drankflessen achter de bar een rat huisde. Hij heette Alfred en hij gaf geregeld van zijn aanwezigheid blijk door zijn snuit tussen de flessen door naar buiten te steken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Alle ruimte<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ook bij NRC Handelsblad kregen redacteuren alle ruimte om hun eigen ding te doen. De sfeer was intellectueel, liberaal en vrijzinnig. Zo kreeg \u00e9\u00e9n van mijn collega&#8217;s, de ex-non Emmy van Overeem, alle vrijheid om zich in enkele columns uitvoerig in haar vagina te verdiepen. Ik heb daar een geweldige tijd gehad. Mijn laatste klus was een grote reportagereis door de VS naar de gebieden waar al lange tijd een grote mijnwerkersstaking aan de gang was.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Daar waren al heel wat andere buitenlandse klussen aan voorafgegaan. Bij NRC Handelsblad golden strenge regels van onafhankelijkheid en integriteit. Was het bij andere media niet ongebruikelijk om buitenlandse reportages te laten sponsoren, bij de NRC gold dat geen enkele financi\u00eble inbreng in ons werk vanuit de buitenwereld was toegestaan. De hoofdredactie stond open voor elk voorstel voor een redactioneel project, al was het aan de andere kant van de wereld, en als zij daar haar fiat voor gaf, dan werden alle kosten volledig door de krant gefinancierd.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Marrokko<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dat had ik bij De Tijd wel anders meegemaakt: voor een artikel over de Nederlands-Marrokkanse handel heb ik mijn hand moeten ophouden bij de organisatie van Marrokkaanse fruitexporteurs voor de dekking van mijn reis- en verblijfkosten. Ook voor de NRC heb ik een grote reportage gemaakt in Marrokko, maar dan w\u00e9l op kosten van de krant. Onderwerp was de werving van gastarbeiders vanuit dat land die toen in volle gang was.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik bezocht een wervingsbureau in Rabat van ons ministerie van Economische Zaken waar dagelijks rijen werkloze mannen op hun beurt stonden te wachten. In principe ging het om tijdelijke arbeidscontracten, maar de mensen van het wervingsbureau constateerden toen al dat terugkeerders zich meestal onmiddellijk weer bij de rijen aansloten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In Rabat liep ik mijn oud-collega van De Tijd, Mieke de Haas, tegen het lijf. Die was na de opheffing van de krant voor de Libelle gaan werken. Wij besloten samen naar Marrakech door te reizen, god mag weten met welk doel. We regelden een taxi en het staat me nog bij dat die middenin de woestijn met pech stil kwam te staan. Vanwege de hitte overdag hadden we voor een nachtelijke rit gekozen en we hebben het grootste deel van de nacht aan de rand van de weg doorgebracht in afwachting van hulp.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Tunesi\u00eb en de VS<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een ander project bracht me naar Tunesi\u00eb, waarheen de Nederlandse textiel- en kledingindustrie aan het verhuizen was vanwege de lage lonen. In Tunis heb ik nog een concert bijgewoond van de legendarische zangeres Um Khaltum in een stadion volgepakt met dolenthousiaste fans. Enkele malen bracht mijn werk me naar de VS. Tweemaal bezocht ik de westkust in en rond Los Angeles en San Francisco. Eenmaal voor een bezoek aan de vliegtuigfabriek McDonnell Douglas en een andere keer om te berichten hoe men in \u00e9\u00e9n van de drukste snelwegsystemen ter wereld het verkeer onder controle probeerde te houden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Tijdens de eerste reis heb ik met een collega een uitstapje gemaakt naar Tijuana, net over de Mexicaanse grens. In een plaatselijke bar kregen we daar algauw twee dames op onze schoot. Op hun avances zijn we niet ingegaan, maar mijn collega miste later wel zijn portemonnee.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een van de initiatieven waarvoor ik alle ruimte kreeg was de lancering van een consumentenrubriek in de krant. Deze wekelijkse rubriek met nieuws en commentaar droeg als titel &#8220;Op de klant af&#8221; en ik maakte &#8216;m samen met mijn collega en goede vriend Ben Greif, die ik nog kende uit de tijd dat hij werkte voor het Handelsblad en ik bij het ANP. Later is hij net als ik bij De Tijd terechtgekomen en, toen die krant ter ziele ging, werden wij directe collega&#8217;s bij NRC Handelsblad.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ons werk voor de gezamenlijke consumentenrubriek bezorgde ons een uitgebreid netwerk in de wereld van consumentisme en marketing en hielp mij uiteindelijk in 1980 aan een baan bij de Consumentenbond.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mijn overkomst van het Amsterdamse dagblad De Tijd naar Rotterdam in 1970 als kersverse redacteur van NRC Handelsblad begon met een financi\u00eble meevaller. Hoewel mijn werkplek dus in de Maasstad was, bleef Amsterdam administratief nog een tijd mijn standplaats. Met het gevolg dat ik de kilometers van mijn woon-werkverkeer gewoon voor het reiskostentarief kon declareren&#8230;.<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_kadence_starter_templates_imported_post":false,"_kad_post_transparent":"","_kad_post_title":"","_kad_post_layout":"","_kad_post_sidebar_id":"","_kad_post_content_style":"","_kad_post_vertical_padding":"","_kad_post_feature":"","_kad_post_feature_position":"","_kad_post_header":false,"_kad_post_footer":false,"_kad_post_classname":"","footnotes":""},"class_list":["post-525","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/525","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=525"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/525\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":552,"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/525\/revisions\/552"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/wimvancampen.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=525"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}